OOSTENDE nazomer 2007
(I.M. Hans Faverey (8-7-1990))
Zie ik hem daar lopen na zeventien jaar
op het strand, blote voeten, schoenen in de hand
broekspijpen op driekwart, tas aan de schouder
en aan de branding
staat een hond naar hem te kijken
verbaasd, want hij kan daar niet lopen
dat wist zelfs de hond
en de zon verborg zich
achter wolken, maar liet een baan licht
vrij op het zand
waar hij zou gaan lopen
langs aangespoelde takken en riet.
Hij liep daar in zijn scheve houding
naar het licht en naar de branding.
En een man die verderop stond
te vissen, het kind dat keek
naar zijn schelpen, de wandelaar
in de verte, de oude vrouw op de stoel
tegen het duin: zij wisten het niet.
Alleen de hond, met gespitste oren
staart omhoog, nekharen gerezen
stond te kijken hoe de man
naar hem toeliep en hij blafte niet.
Kon niet blaffen en ik kan niet
door het venster breken: ik zie hem lopen
naar de zee, naar de doodstille hond